Dit blog is geschreven in het kader van Nederlanders verkopen Nederland. Dit is een blog van Gereon de Leeuw. Zie ook zijn blog Gereons Keuken : http://gereonskeukenthuis.nl/blog/
Haarlem de hoofdstad van Noord-Holland. Stad waar ik geboren en
getogen ben. Haarlem heeft niet echt een hele roerige historie, los
van de religieuze opstanden is er ooit wel een boter
(belasting-)opstand geweest en natuurlijk is het Haarlems beleg van
de hertog van Alva bekend met een heldinnenrol voor Kenau
Simonsdochter Hasselaer (of is dat nu toch een mythe?) en kreeg
Haarlem een bijnaam : het Spanjaardsgraf.
In de Haarlemse culinaire historie zie nog steeds terug het
Jopenbier. Dat de herinneringen doet herleven aan de honderd
brouwerijen die er ooit waren. Het heeft de Haarlemmer Olie, dat
overal goed voor lijkt te zijn en nog steeds verkocht wordt bij o.a.
van der Pigge, een heerlijk ouderwets zaakje waar ze je in stofjassen
helpen en het zo heerlijk ruikt. En de Damiaatjes, de klokjes die
geschonken werden aan de stad na een kruistocht op Damiate, maar nu
in eetbare variant, want ze zijn van chocolade. Trouwens de Droste
chocolade is ook wel bekend. Echte oude traditionele Haarlemse
recepten zijn er echter niet veel. De fontijnkoek was er ooit, maar
die heb ik nooit gegeten. Iets voor een volgende speurtocht
misschien? En nu kennen we eigenlijk alleen nog het Haarlemmer of
Haarlemsche Halletje, een krokante koek die ook nog eens opnieuw
uitgevonden moest worden. Het is aan het eind van de Gouden Eeuw,
1693, ontwikkeld door Eymert van der Schee. Die woonde toen in de
Korte Veerstraat in het Oude Halletje, vandaar de naam. Ze zouden
destijds zelfs internationaal bekend zijn geweest. Wie weet komt dat
er weer van.
Er zijn diverse recepten. In 1768 wordt een recept beschreven in
“de volmaakte Geldersche keukenmeid” met potasch, waarvoor we nu
bakpoeder gebruiken. Ook worden daar eerst balletjes van het deeg
gedraaid en dan platgedrukt. Tegenwoordig rollen we het uit en
snijden we dit met een uitsteekvormpje, alhoewel ik de oude methode
praktischer vind. Ook werden toen veel eieren gebruikt en was de
hoeveelheid specerijen nog royaler. En ze bakten ze in een niet te
warme oven. In het moderne recept zien we geen eieren meer in het
recept, en bakken we in een hete oven, zodat het een hard koekje
wordt. De specerijen blijven gelukkig wel een hoofdrol spelen. Voor
de smaak van nu gaan we uit van het recept dat Cees Holtkamp heeft
herontwikkeld en het echte Haarlemmer Halletje wordt nog steeds
alleen in Haarlem verkocht bij Michel, de patisserie-chocolaterie in
de Grote Houtstraat 173. En...dat recept blijft geheim.
Wat heb je nodig voor Haarlemmer Halletjes:
125 gram zachte boter
225 gram bruine basterdsuiker
12 gram gemalen kaneel
5 gram gemalen kruidnagelen
120 gram water
375 gram Zeeuws bloem gezeefd (is bloem uit een land met
zeeklimaat)
12 gram bakpoeder gezeefd
Hoe ga je te werk:
Meng in een kom de boter, de suiker, kaneel en kruidnagel en voeg
het water toe al werkende. Als dit goed gemengd is doe dan de bloem
en bakpoeder erbij. Kneden tot een egaal deeg. Dit deeg is en blijft
kleverig. Afgedekt in de koelkast zetten voor minimaal 1 uur zetten,
langer mag ook.
Dan kun je voor 2 technieken kiezen om ronde koeken te krijgen. Je
rolt het deeg uit (met bloem en folie) tot 2 mm dikte en steek je
rondjes uit met een vormpje van 6 cm doorsnede. Of je snijdt
deegstukjes af van ca. 30 gram, rol tot een balletje en duw dit onder
wat folie tot de 2 mm dikte. Leg de rondjes op een bakplaat met
bakpapier o.i.d. met een kleine afstand, want ze zetten nog iets uit.
De oven heb je al voorverwarmd op 190 graden, hetelucht, en je
laat de Haarlemmer Halletjes 10 minuten bakken. Daarna laten afkoelen
op een rooster. Je krijgt met deze hoeveelheid zeker 25 koeken of
meer als je ze kleiner maakt, dan ook ietsje korter bakken. Dit
recept geeft grote krokante koeken met een wat brosse binnenkant.